Arrest Raad van State over DPA-deposit. Wat betekent dit voor u?

U werd via diverse kanalen ingelicht over het arrest van de Raad van State van 12 december 2019 met betrekking tot de elektronische neerlegging van stukken en conclusies via DPA-deposit.

We achten het noodzakelijk om u te informeren over de gevolgen daarvan.

De elektronische neerlegging via DPA-deposit

Artikel 10, §2 van het KB van 16 juni 2016 schrijft voor dat de Minister van Justitie kan opleggen dat de communicatie met de informaticasystemen van Justitie (zoals o.m. e-deposit) geschiedt via de informaticasystemen die door de beroepsorganisaties beheerd worden.

Op 16 oktober 2018 werd met onmiddellijke inwerkingtreding een MB in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd dat voorziet dat de toegang tot de e-box en e-deposit systemen voor de advocaten geschiedt via DPA-deposit, dat een vergoeding aanrekent per transactie.

Het arrest

Tegen het KB en het MB werden diverse annulatieberoepen ingediend bij de Raad van State.

De Raad van State heeft in zijn arrest van 12 december 2019, dat u onder de documenten terugvindt, de artikelen uit het KB en MB vernietigd die voor advocaten de verplichte en exclusieve toegang via DPA-deposit invoerden.

De Raad van State is van oordeel dat de koning en de minister de door de wetgever gedelegeerde bevoegdheid hebben overschreden door “de toegang tot digitale communicatie met Justitie integraal onder het beheer van een informaticasysteem van de beroepsorganisaties te plaatsen” en heeft de rechtsgevolgen van de vernietigde bepalingen gehandhaafd tot uiterlijk 12 januari 2020.

De gevolgen

Tot 12 januari 2020 geschiedt de elektronische neerlegging van uw conclusies en stukken via DPA-deposit. Na 12 januari 2020 vervalt de verplichting, maar kunt u blijven neerleggen via DPA-deposit.

De Minister van Justitie heeft ondertussen het nodige gedaan om advocaten toe te laten ook rechtstreeks via e-deposit neerleggingen te doen. Die mogelijkheid is dus niet langer exclusief voorbehouden aan niet-advocaten.

Alle stukken en conclusies die via DPA-deposit werden neergelegd blijven gehandhaafd. De Raad van State vernietigt een deel van het KB, met name de verplichting voor advocaten om ze via DPA-deposit neer te leggen, maar handhaaft de gevolgen voor het verleden.

De beheerders van DPA-deposit (de OVB en OBFG) zullen moeten bepalen of er al dan niet wijzigingen worden doorgevoerd in de gebruiksvoorwaarden en de kosten voor het gebruik van DPA-deposit.

De Minister van Justitie zal moeten beslissen of hij omwille van dit arrest al dan niet het initiatief zal nemen tot wetswijzigingen om aan de bezwaren van de Raad van State tegemoet te komen.