Corona laatste update: 06/07/2021

Bart's Branie | De barometer en het spiegelei van Peter Callens

In deze rubriek geeft oud-stafhouder Bart Staelens zijn eigenste blik op het reilen en zeilen binnen de Orde van Vlaamse Balies en daarbuiten.
 

YouTube op donderdag 24 juni. Ons aller Bram regelde een YouTube-sessie met de professoren over de advocatenbarometer. Op gezapig tempo overliepen ze de resultaten van de barometer. Tot hun verwondering waren er nog veel eenpitters. Maar veel advocaten klaagden over hun welzijn, over de stress.  De nieuwe woordvoerder van de OVB, Sofie Demeyer, die dat uitstekend doet, vroeg zich af of het nog mogelijk was om het hele recht te overzien. Neen spraken de wijze professoren, dit kon niet maar de eenpitters handhaafden zich, zogenaamd omdat ze zich vooral op niches zouden toeleggen. Een ander item was dat de gevestigde advocaten vonden dat er eigenlijk te veel advocaten waren en dat de instroom moest ingeperkt worden, de stagiairs zagen het omgekeerd. Hoe is dat nu mogelijk.

De professoren verdwenen even om de chatvragen te onderzoeken en gezwind betrad de OVB-voorzitter, Peter Callens, de interviewruimte.

Sofie Demeyer schotelde hem alle door de barometer gedetecteerde problemen voor en vroeg hem hoe hij dit even zou oplossen. De voorzitter Peter Callens had het ei van Colombus gevonden: het ondernemerschap. Elke advocaat moest een ondernemer zijn en de stagiairs zouden op excellente wijze worden opgeleid in het ondernemerschap. En daarmee zouden de problemen van de baan zijn. Het ei van Peter Colombus Callens, als een volleerde en vlotte goochelaar haalde hij het uit de mouw.

Ik denk dat de voorzitter de barometer niet goed leest. Of dat hij de barometer te veel bekijkt vanuit zijn eigen perceptie, waar onze uiteraard briljante voorzitter zelf een goed ondernemer is en dit ook aan iedereen toewenst. Zijn ei is een spiegelei.

Zelf constateer ik dat niet elke beginnende advocaat de ambitie heeft om ondernemer te zijn. En ik ben er al evenzeer van overtuigd dat als de balie een belangrijke actor wil blijven op het juridische speelveld, er een beter ondernemerschap bij de middelgrote en grotere kantoren zal moeten mogelijk zijn, om een situatie te creëren waarbij de vele advocaten die eigenlijk niet de ambitie hebben om een zelfstandig ondernemer te zijn, kunnen groeien en bloeien als advocaat.

De nieuwe stagereglementering gaat trouwens ook de andere richting uit. Het is een, wellicht noodzakelijke, zeer beschermende regeling, die eigenlijk maar bestaanbaar is met het zelfstandigenstatuut als gegrepen wordt naar de uitweg van de betaling van de minimale uitkeringen per jaar.  Dan kan er op zelfstandige wijze gemoduleerd worden en dan kan er uiteraard ook naar gestreefd worden om de stagiairs een duidelijk hogere uitkering toe te kennen dan als minimum opgelegd.

Maar wat kan er geboden worden aan de groeiende groep advocaten die van het beroep geniet, maar die bedankt voor het harde en eenzame ondernemerschap?

De bediendenovereenkomsten mogen niet opgesteld worden. Elke deontologische reden die daarvoor gezocht wordt, is fake en is pure onzin. Maar goed, deze duidelijke regel voorkomt misschien wel dat de doos van Pandora geopend wordt, zodat we niet naar de vele randdiscussies gaan of we al dan niet te maken hebben met schijnzelfstandigen dan wel met echte werknemers. En natuurlijk, het argument dat veel bedienden net snakken naar een zelfstandigenstatuut met een managementsvennootschap, en dat de advocaten dat desgevallend ook meteen kunnen doen, dat is ook een belangrijk argument.

Maar wat kunnen de middelgrote en grote kantoren dan wel bieden aan hun stagiairs en medewerkers, die net wensen onder de paraplu van het kantoor blij en ongedwongen advocaat te zijn?

De balies hebben de uitkeringen bij ziekte via Precura drastisch verhoogd maar een beter statuut bij zwangerschap, dat was klaarblijkelijk niet aan de orde. Of daar was, volkomen ten onrechte, te weinig aandacht voor. Wanneer de biologische klok tikt, verlaten vele talentrijke jonge vrouwelijke advocaten de kantoren om over te stappen naar statutaire en werknemersverbanden, waar de bescherming voor moeders veel en veel beter is.

En wat kunnen we bieden inzake vakantie, inzake het pensioen, inzake zekerheden van werk, enz.? Ach, de advocaat zal maar overleven dankzij een stevige arbeidsethiek en onzekerheid zal steeds ons deel zijn, dit is onontkoombaar en eigen aan het beroep. Maar toch, maar toch, hoe kan een kantoor de jonge medewerkers weghouden van de sirenenzangen van allerlei overheden die zwaaien met o zo ruime vakantieregelingen en vastheden?

Vooral daar ligt een taak voor OVB en voor de plaatselijke balies. Wat maken we mogelijk, wat bieden we aan, hoe kan er hier, natuurlijk ook via ondernemingszin, een aangename en competitieve werkomgeving gecreëerd worden?

Daar ligt de uitdaging. De illusie dat zoals decennia geleden elke advocaat uitgroeit tot een klein ondernemertje, die dan misschien als klein ondernemertje ook wel eens mag samenwerken met andere kleine ondernemertjes, die illusie is toch al lang doorprikt. En als die nog niet zou doorprikt zijn, dan moet men de barometer toch even opnieuw doornemen.

De barometer toont ook dat de discussie of er nu te veel dan wel te weinig advocaten zijn, nog leeft. Maar eenmaal de conjunctuur weer verder aantrekt, zullen opnieuw tal van jonge en talentvolle advocaten te balie verlaten. Willen we voor deze mensen competitief blijven en willen we als actor met stevige gehelen juridische diensten aan de markt kunnen aanbieden, dan is er net op dit vlak veel werk aan de baliewinkel. Met het illusoire spiegelei dat de voorzitter van de OVB voorschotelt, daarmee zullen we er niet geraken. Een spiegelei kan best lekker zijn maar daarmee is de grote honger hier niet gestild.

Bart Staelens