Corona

Bart's Branie | Veel Obelix, weinig Asterix in het fictieve Gallische baliedorp

Enkele jaren geleden vertegenwoordigde ik de toen nog bestaande Brugse balie op de openingszitting van de balie Dinant.  Ik was er de enige Vlaamse Stafhouder en ik mocht, genietende van het immer sympathieke onthaal bij Waalse balies, dan ook plaatsnemen aan “de eretafel” met nogal wat hogere magistraten van Namen en Dinant.

En zoals zo dikwijls bij Waalse balies, die avond kregen we ook de revue.

Er kwam als rode draad, wat ik al bij andere revues, in Wallonië vooral, had meegemaakt, een verwijzing naar Asterix en Obelix.  Net zoals in het kleine Gallische dorpje men kon weerstaan aan het imperium romanum, zo zou Dinant kunnen weerstaan aan een provinciaal arrondissement Namen.  Daar zouden ze nooit in opgaan, net zoals Asterix en Obelix bleef men onafhankelijk.  Dit werd met veel gezang, gedruis en overtuiging, bijzonder grappig trouwens, aan de goegemeente overduidelijk gemaakt.

De magistraten aan mijn eretafel vonden het best leuk.  Zij hadden het werk al professioneel verdeeld, in Dinant legde men zich toe op het ene, dan in Namen op iets anders, men vond het wel grappig, die Gallische advocaten die bleven zweren bij het verleden.  Ze nipten van de door de balie betaalde wijn en glimlachten.

Als de magistratuur professioneler georganiseerd blijkt dan de advocatuur, dan moet de al dan niet Gallische alarmbel wel even weerklinken bij de balie.

De Gallische nostalgici vergeten steeds dat het Gallische dorp zich verzette tegen het imperium romanum, niet tegen de andere Galliërs.  Al wie als jeugdige knaap of deerne heeft passages mogen spellen uit De Bello Gallico weet dat de zichzelf bewierokende Julius Caesar stam na stam makkelijk kon oprollen, precies omdat er zo goed als geen samenwerking tussen hen bestond.

Het gaat er niet om dat de ene kleine balie moet concurreren tegen de andere, dat de ene advocaat zich moet laten uitspelen tegen de andere, het gaat erom dat de advocatuur in de maatschappij zichzelf op de kaart moet kunnen blijven zetten.

Lezing van de Juristenkrant van 4 november 2020 toont dit nog eens goed aan.

Een artikel over een arrest van het Grondwettelijk Hof dat beklemtoont dat vrije advocaatkeuze in rechtsbijstandverzekering ook geldt voor bemiddeling.  Een artikel over een arrest van het Grondwettelijk Hof dat de collaboratieve advocaat het monopolie behoudt.  En een derde artikel over een arrest van het Grondwettelijk Hof waarin wordt bevestigd dat het beroepsgeheim van de advocaat in preventieve witwasgeving overeind dient te blijven.

Bij verschillende procedures voor het Grondwettelijk Hof speelt de OVB telkens een zeer belangrijke rol.  En dit kan maar op het niveau van de OVB, dit kan niet op het niveau van een kleine balie, die vooral er moet op toezien zichzelf te organiseren.  Het reglementeren en ook het opkomen voor de wel degelijk grote belangen van de advocatuur voor het Grondwettelijk Hof, dit is net een opdracht van een professioneel gerunde en georganiseerde organisatie, die zich kan veroorloven om tussen te komen bij procedures voor het Grondwettelijk Hof en daar de belangen van de advocatuur naar behoren te behartigen.

Moet dit dan inhouden dat Gallisch feestgedruis opzij moet geschoven worden?  Verre van, maar dit lijkt mij anderzijds toch ook wel niet de essentie te zijn.  Bij de vele gesprekken over Gallische dorpen met vrolijke confraters, viel het natuurlijk ook op, en dit viel hoe later de avond hoe meer op, dat veel van die vurige verdedigers inderdaad zoals Obelix in de drankketel waren gevallen.  Wat een van hun sympathieke kanten was trouwens.  Maar de balie heeft in eerste orde nood aan Asterix, wat dan misschien Obelix net toestaat om verder vrolijk door het leven te kunnen stappen.  En de drankketel wil ik zeker niet versmaden.

Het hele OVB-verhaal, het vergt veel overleg, veel inspanning, en veel soms ellendig gepalaver.  Maar het loont de moeite.  Want zonder sterke beroepsorganisatie wordt de advocatuur platgewalst.  En laat ons dus maar verder een beroep doen op een zeer performant Grondwettelijk Hof, Grondwettelijk Hof dat oor heeft voor de verzuchtingen van een stevig georganiseerde balie.  Wat ons in andere landen soms benijd wordt.

Omnium Gallorum, Belgae fortissimi sunt.

Bart Staelens