Corona

Concrete invulling mondmaskerplicht in de zittingszalen

Waarde confraters,

Volgens de website van de hoven en de rechtbanken, is het binnen de rechtbanken in West-Vlaanderen, en elders, verplicht om in de voor het publiek toegankelijke gedeelten van de rechtbank een mondmasker te dragen. Dit volgt uit artikel 21bis van het MB van 30 juni houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Het is aanvaard dat dit ook geldt in de zittingszalen, gezien deze ook voor het publiek toegankelijk zijn.

Confraters melden ons echter dat er zich problemen kunnen stellen bij het pleiten van de zaak. Zij ervaren het mondmasker als bijzonder hinderlijk en geven aan dat dit ook de verstaanbaarheid van hun betoog in het gedrang brengt. Velen geven aan zich beknot te voelen in hun pleidooien en dit ten nadele van hun cliënten, vandaar ons verzoek aan de korpsoversten van de rechtbanken om met deze bekommernissen rekening te willen houden.

De recente richtlijnen van het College van hoven en rechtbanken bepalen nu het volgende:

“De mondmaskerplicht geldt in principe ook in de zittingszalen, tenzij de voorzitter van de kamer (onverminderd het belang van het mondmasker om de verspreiding van het virus te beperken, en de algemene verplichtingen ter zake) een uitzondering toelaat in volgende cumulatieve gevallen:

- indien een afstand van minstens 1,5 meter kan worden gegarandeerd;
- indien het noodzakelijk is voor het goede verloop van de zitting.”

De concrete invulling van deze richtlijn zal dus afhangen van onder andere de configuratie van de zittingszaal en het aantal aanwezige personen.

Ons verzoek werd in ieder geval door de korpsoversten overgemaakt aan de rechters, die uiteindelijk over de bevoegdheid beschikken om terzake in hun zittingszaal een beslissing te nemen.

Rik Crivits
Stafhouder