"De advocaat blijft een ankerpunt van menselijkheid in de steeds complexere juridische werkelijkheid" | Stafhouder Alain Vanryckeghem


Beste confraters 
 

In deze dagen van sfeer en gezelligheid is het voor ons advocaten vaak ook even ‘achterover leunen’.

Is het niet op één of andere besneeuwde alp of een zonnig strand, dan misschien wel achter een bureau waar de telefoon dezer dagen iets minder roodgloeiend staat, de mails wat minder dwingend binnenstromen. En de vele out of office-replies van confraters of cliënten eraan herinneren dat er ook een bestaan daarbuiten is.

Ook voor ondergetekende is dit de gelegenheid om even terug te blikken op wat geweest is. Dagen als deze doen nog meer contempleren over het gevangenisbezoek dat ik, samen met mijn collega-stafhouders te lande, bracht ter gelegenheid van de Dag van de Mensenrechten.

Advocaten zijn sowieso bevoorrechte getuige van het leven achter de muren, zij het steeds in een ietwat uitgeruste consultatieruimte of zittingszaaltje, hoe basic ook.

Het is echter bij een bezoek op cel -wat onze beroepsgroep ook onbekend is- dat de maskers pas écht vallen.

Ruimtes de grootte van een opberghok, ontworpen voor één persoon maar bevolkt door drie gedetineerden. Drieëntwintig uur per dag onafgebroken met elkaars grote en kleine kantjes geconfronteerd worden, zonder afzondering.

Zelfs de grootste cynici kunnen dit met de beste wil van de wereld geen ‘hotel’ noemen.

Claustrofobie is een luxe die men er zich niet kan permitteren. Roken gebeurt op cel, of je dat nu wil of niet. Het sanitair is een toilet dat slechts door een gordijn van de leefruimte is afgescheiden. De laatst aangekomen gedetineerde slaapt op de grond, in het beste geval op de tafel. Wie het televisieabonnement kan betalen bepaalt de programmatie. Telefoneren is mogelijk op de cel, maar verwacht daarbij geen privacy.

Eén gedetineerde vertelde mij dat hij mogelijks in aanmerking kwam voor vervroegde invrijheidstelling, maar had de psychosociale dienst nog niet gezien om zijn dossier te helpen uitwerken. De opvangcapaciteit van de gevangenissen mag dan wel verhoogd zijn, de dossiercapaciteit van de PSD is dat niet. Dossiers blijven dus liggen, detenties duren langer dan nodig.

Hoe vicieuzer kan een cirkel zijn: wie in aanmerking komt voor vervroegde invrijheidstelling krijgt zijn dossier niet in orde. Minder volk dat de gevangenis verlaat terwijl de instroom onveranderd blijft. Ergo: nog meer overbevolking en nog minder beschikbaarheid per gevangene van die PSD.

Elk van u -penalist of niet- kreeg ooit wel de vraag voorgeschoteld ‘of je een moordenaar zou kunnen verdedigen’. De feestdis lonkt, dus mogelijks ook deze vraagstelling weer.

Wij advocaten hebben inderdaad een bijzondere, intrigerende positie, vaak tegen de stroom in. We staan naast onze cliënt, zonder voorbehoud en zonder schaamte. Dat is onze opdracht en onze plicht.

Achter elk pleidooi schuilt een verantwoordelijkheid, niet enkel tegenover de cliënt, maar ook tegenover slachtoffers en tegenover een systeem waarvan wij de tekortkomingen dagelijks blootgelegd zien.

Partijdig optreden veronderstelt ook dat wij niet enkel waken over procedurele rechten en proportionaliteit van de straf, maar ook durven benoemen wanneer klassieke vrijheidsberoving haar doel voorbijschiet.

De huidige toestand moet ons verder doen kijken dan het automatisme van opsluiting. We moeten actief, onderbouwd en creatief op zoek gaan naar alternatieve bestraffingsmogelijkheden die recht doen aan zowel veiligheid als menselijke waardigheid. En dit alles tegenover een rechterlijke macht die steeds meer onder druk staat van een publieke opinie, luid roepend om zwaardere straffen.

Probatie, elektronisch toezicht, herstelgerichte trajecten en andere alternatieven zijn echter geen tekenen van zwakte van het recht, maar van maturiteit ervan.

Zij vragen van ons als advocaat een voortrekkersrol te nemen: samen met de cliënt proactief op zoek gaan naar hoe échte integratie in de maatschappij te organiseren.

Misschien is dat wel wat onze job vandaag zo bijzonder maakt. Wij opereren in een juridische werkelijkheid die steeds complexer wordt, maar blijven een ankerpunt van menselijkheid binnen dat systeem. De kerstdagen lenen zich bij uitstek tot die bedenking.

Ik wens u allen een warm eindejaar, met tijd voor rust en reflectie, maar ook met hernieuwde overtuiging om in het komende jaar te blijven ijveren voor een rechtvaardige en menswaardige rechtsbedeling.

En die vragen aan de feestdis? Laat die maar komen.
 

Alain Vanryckeghem
Stafhouder

 

Commentaar

Frank Cambien

Beste Stafhouder,

Dank voor uw waardevolle reflectie.
Ik kan mij goed voorstellen dat het bezoek aan de gevangenis met uw collega's bijzonder confronterend moet geweest zijn.
Het leven in een Belgische gevangenis - is het in het buitenland beter? - is jammer genoeg een realiteit waaraan, ondanks de soms mensonwaardige omstandigheden, weinig wordt gedaan.
De prof strafrecht die ik tijdens mijn studies heb gehad, zei ooit 'dat de bestraffing erin bestaat dat een persoon tussen 4 muren wordt geplaatst en niet dat er hem/haar bijkomend leed wordt aangedaan'.
Met de beschrijving die u geeft, is dat laatste wel het geval.
Vanuit mijn comfortzone maar mij meer dan ooit bewust van de vele ellende in de wereld (niet alleen diegene die u beschrijft), wens ik u en allen die u dierbaar zijn, het best mogelijke voor 2026.

Frank Cambien

Geplaatst op wo, 24/12/2025 - 10:18

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.