Corona laatste update: 30/09/2021

Interview met West-Vlaamse OVB-bestuurders mr. Stefan Pieters en mr. Bram Vandromme

Met twee West-Vlaamse bestuurders, mr. Stefan Pieters (Brugge) en mr. Bram Vandromme (Kortrijk), is onze balie goed vertegenwoordigd in het OVB-bestuur. 

Ondertussen is de bestuursperiode al zo'n drie maanden van start gegaan, en werd het beleidsplan van de OVB voor de komende jaren bekend gemaakt. Tijd voor een interview met onze confraters!
 

Bram, voor jou is het je eerste bestuursmandaat in de OVB. Wat zijn de eerste indrukken? En vooral, mis je ons, de West-Vlaamse balie, waarin je zeer actief was, niet te hard? 

Bram: Eerst en vooral: natuurlijk mis ik de West-Vlaamse balie! Het is toch een beetje je vertrouwde thuis verlaten voor een nieuw avontuur.

Het is ook anders… Ik kom uit de West-Vlaamse balie waarbij we, vooraf aan corona, ook nu en dan samen een goede pint gingen pakken, of een spaghetti gingen eten, en dit de banden ook aanscherpte. Ook het fusieverhaal heeft vriendschappen voor het leven gemaakt, vind ik.

Nu kwam ik bij de OVB terecht in deze coronatijd waarbij dat toch allemaal wat moeilijker ligt, of zelfs onmogelijk is, om ook naast al het vergaderen, te verbroederen.

Mijn eerste indrukken? Goed. Er wordt veel gewerkt op de OVB, dat viel me wel meteen op.

En er ligt ook héél veel werk op de plan. Dat ook.

Wat wil jij realiseren in de komende jaren binnen jouw onderwerpen Communicatie en Toekomstvisie advocatuur'?

Bram: Ik wil heel veel aanpakken, maar ik hoop vooral dat de OVB dichter bij de advocaat kan staan, en dat die connectie met de advocaten beter wordt. Het mag geen ivoren toren zijn.

Communicatie speelt daar een erg belangrijker rol in. Ik wil ook graag, samen met Erik Valgaeren (bestuurder digitalisering), onze digitale platformen aantrekkelijker maken.

Wat de toekomstvisie betreft, zijn we op dit moment volop bezig met de opstart van de taskforce ‘overmorgen’. Elke advocaat kon zich tot eind november kandidaat stellen en tegen begin 2021 wil ik graag de samenstelling afronden.

Ik ambieer dat deze taskforce een concreet plan voor de toekomst van de advocatuur zal uittekenen. Ik zal m’n best doen om dat te faciliteren en aan te sturen.

Stefan, jij bent al langer bestuurslid in de OVB. Welke departementen deed en doe jij en hoe bevallen ze? 

Stefan: Ik ben begonnen op 23 oktober 2013 met bevoegdheden (toen nog: “departement”) stage en permanente vorming. Er was een tussentijdse verkiezing omdat 2 bestuurders de ploeg hadden verlaten, waaronder stafhouder Vercraeye aangezien zij tot vicesafhouder was verkozen in Brussel NL. Sinds 1 september 2020 is Kathleen terug bestuurder. Er was dus een herverkiezing in juni 2014 en de bevoegdheden bleven ongewijzigd, tot het aantreden van de vorige bestuursploeg in 2017. Stafhouder Erik Schellingen (die de fusie van de balie Limburg mee op poten heeft gezet) nam vanaf toen permanente vorming voor zijn rekening. Stage en beroepsopleiding bleef bij mij, tweedelijnsbijstand kwam erbij. In huidige bestuursperiode is daar nu ook nog eerstelijnsbijstand bijgekomen.

Het bevalt nog steeds prima! De beroepsopleiding is net van start gegaan in de nieuwe vorm en dat vergt heel veel aandacht en opvolging, maar gelukkig heb ik Lieve Naessens. Zij is stafmedewerker sinds jaar en dag en kent de stage en beroepsopleiding als geen ander.

En wat de juridische bijstand betreft kan ik rekenen op de expertise van Elke Steylaerts en Sofie Kurz.

Veel beter dan die 3 stafmedewerkers kan je jezelf als bestuurder niet toewensen moet ik zeggen.

En dat geldt overigens voor alle stafmedewerkers hoor!

Zie jij een evolutie over de jaren in de aanpak die de OVB hanteert? 

Stefan: Ik heb de werking van de OVB leren kennen toen ik lid was van de commissie IT, nadat ik in Brugge door stafhouder Pyck was gevraagd om deel uit te maken van de lokale commissie met onder andere Henk De Loose. IT stond toen nog in de kinderschoenen aan de balies en de OVB. Ik was ook lid van de raad van de Orde te Brugge van 2004 tot 2013 en afgevaardigde in de algemene vergadering van 2006 tot 2012. Net zoals de lokale balies zich meer en meer hebben geprofessionaliseerd, is het niet anders bij de OVB. Er ligt enorm veel werk op de plank, en het wordt zeker niet minder. Integendeel.

En dat is helemaal niet erg! Maar er moet natuurlijk op toegezien worden dat de organisatie in staat is om al dat werk op professionele manier af te handelen.

Sinds 1 september 2020 is de algemene vergadering zo voor het eerst in haar nieuwe (meer beperkte) samenstelling begonnen aan haar termijn van 2 jaar met een nieuw reglement van orde.

Overleg en samenwerking is key denk ik en daar is de voorbije jaren alleen maar meer aandacht aan besteed.

Natuurlijk met de stafhouders, want het is altijd zoeken naar het meest aangewezen niveau om zaken aan te pakken: lokaal of OVB. Maar uiteraard zijn ook de diverse commissies die de OVB kent van cruciaal belang. Niet onbelangrijk bij dit laatste is dat de raad van bestuur sinds 1 september 2020 verantwoordelijk is voor het samenstellen van de commissies. Die zijn samengesteld uit advocaten van over gans Vlaanderen die een bijzondere affiniteit en kennis hebben over een welbepaald onderwerp. Geef toe, we hebben als advocatuur enorm veel expertise in huis in een zeer brede waaier aan domeinen. Het is van groot belang voor de advocatuur en de rechtzoekende dat we deze aanspreken.

In die commissies gebeurt overigens het vele voorbereidende werk voor toekomstige reglementering, voor adviezen aan kabinetten, voor het voorbereiden van hoorzittingen in het parlement … En daarbij speelt ook de studiedienst een cruciale rol natuurlijk. Die staat thans onder leiding van onze voorzitter, Peter Callens.

En zo is het niet anders intern. Zo is er de studiedienst die bevolkt is met zeer pientere en ongelofelijk toegewijde mensen. Ook zij behandelen thema’s waar zij in uitmunten. En die lijn wordt ook doorgetrokken voor de overige stafmedewerkers: stage, juridische bijstand, vormingen, financiën, algemeen beleid …

Dirk Chabot, onze algemeen secretaris, heeft ook heel wat werk bijgekregen in de dagelijkse (uitvoerende) werking van de OVB. Het moet de raad van bestuur in staat stellen minder operationeel bezig te zijn, maar veel meer te focussen op beleid.

Het zijn haast organisch tot stand gekomen evoluties die zich de komende jaren wel nog verder zullen ontwikkelen

Wat wil je realiseren in de komende jaren binnen jouw onderwerpen juridische eerste- en tweedelijnsbijstand, en stage en BUBA?  

Stefan: De ervaringen die we opdoen in deze eerste sessie van de nieuwe BUBA opleiding zal natuurlijk aanleiding geven toe evaluatie en cours du route en ongetwijfeld wat aanpassingen met zich meebrengen. Een uitdagende en drukke periode dus.

Dat geldt ook voor de stage nu het nieuwe stagereglement sinds eind november van kracht is geworden.

Het is de bedoeling om de jonge juristen die het beroep binnenstappen de kennis en de vaardigheden aan te reiken die hen in staat moet stellen om stevig in het beroep te staan en hen de beste kansen biedt op een succesvolle carrière in een steeds meer concurrentiële omgeving.

Maar ook wat juridische bijstand betreft is er enorm veel in beweging. Eerstelijnsbijstand is een bevoegdheid van Vlaanderen nu en er is overleg met het kabinet van minister Demir om een uitvoeringsbesluit voor het toepasselijke decreet op te stellen.

En in de juridische tweedelijnsbijstand zijn de inkomensgrenzen recentelijk verhoogd en willen we de focus leggen op het inschrijven van de waarde van een punt in de wet, het terugdringen van de administratie, een nieuwe applicatie en een snellere uitbetaling na afsluiting van het dossier.

Rechtzoekenden moeten zeer snel de kwaliteitsvolle bijstand krijgen waar ze recht op hebben en de advocaten moeten zich kunnen bezig houden waarin ze goed zijn: die kwaliteitsvolle bijstand leveren.

Zijn jullie verheugd met onze nieuwe minister van Justitie Vincent Van Quickenborne? 

Bram: Ja, ik wel. Ik heb het gevoel dat hij de juiste man op het juiste moment kan zijn. En het is mijn burgervader (in Kortrijk, nvdr) dus dat is ook al een positief punt (lacht).

Ik ben alleszins heel enthousiast over de samenwerking die de OVB tot nu toe al met de minister had. Hopelijk kan deze goede band intact blijven.

Stefan: Ik ook hoor. Niet alleen staat digitalisering hoog op zijn agenda, maar heeft hij er ook budget voor gekregen. Wat mij toch wat verwonderd heeft nadat ik voor het eerst verkozen werd, is hoe toegankelijk een minister wel niet kan zijn.  

En daarvoor heb je zeker een goeie verstandhouding nodig en daar heb ik wel het volste vertrouwen in. Een verschil in visie kan er natuurlijk altijd wel zijn, maar dat staat een goede verstandhouding niet in de weg.

De efficiënte budgettering is één van de pijlers van de beleidsverklaring. Betekent dit dat wij advocaten op een verlaging van de bijdrage kunnen rekenen de komende jaren? 

Bram: Ik ben een erg grote voorstander van budgethygiëne, maar een verlaging van de bijdrage aan de OVB, maar een stukje van de baliebijdrage, zou volgens mij geen goede zaak zijn.

Ik denk dat het onjuist is om te denken dat daar het antwoord ligt. Er wordt steeds meer van de OVB verwacht en koken kost geld.

Een efficiënt aanwenden van het beschikbare budget, dat lijkt me de evidentie zelf. Ik heb mezelf in de afgelopen maanden bij financiële keuzes al vaak tegen mijn team horen zeggen: zo goed als élke euro die we bij de OVB investeren, is er een waarvoor een advocaat heeft gewerkt. Het is onze verdomde plicht om er zorgvuldig mee om te gaan.

Maar ook: ik denk dat teveel advocaten te weinig weten waarvoor hun bijdrage aan de OVB allemaal dient.

Meer toelichten wat de OVB met haar budget doet, aan alle advocaten, lijkt me heel belangrijk.

Stefan: Ik treed Bram bij.

Ook lokaal is het steeds zoeken naar het inzetten van de beschikbare middelen op de meest efficiënte manier volgens de noodwendigheden die er zijn. Bij de OVB is dat zeker niet anders.

Een goeie onderbouwde uitleg over de financiën en de aanwending van het beschikbare budget, dat is nu eens echt iets voor Bram.

Hoe loopt het nu met Diplad? 

Bram: Moeilijke vraag. Ik ben nog te vers in het bestuur en hierop nog te veel aan het inwerken om daar nu al op te antwoorden. Erik (Valgaeren, nvdr) en Hans (De Meyer, nvdr) zijn hard aan het werk om zowel Diplad als DPA verder richting te geven. Sowieso hebben we met dit bestuur de ambitie om knopen, ook moeilijke, door te hakken als die nodig zijn.

We zijn daar niet te beroerd voor. Henri, stel ons die vraag misschien binnen een zestal maanden nog eens! ?

Stefan: Diplad wordt soms wel eens negatief in beeld gezet, maar ook daar zitten heel veel toegewijde mensen die zich dagdagelijks 100% inzetten voor de advocatuur. Die toewijding en know-how zijn van groot belang, zeker de komende jaren nu er een stroomversnelling in de digitalisering van justitie zit aan te komen. Laat ons daar in eerste instantie op focussen. Maar dit neemt niet weg dat Erik Valgaeren en Hans De Meyer momenteel hard aan het werk zijn zoals Bram al zei. De uitkomst daarvoor zal ongetwijfeld voer voor debat zijn en indien aangewezen zullen ook de nodige beslissingen worden genomen. Daar twijfel ik ook niet aan.  

Is jullie bestuurderschap goed te combineren met jullie advocatenpraktijk? 

Bram: Ik moet dat nog wat ontdekken.   

Voorlopig lukt het me nog, maar mijn portefeuille communicatie slorpt, door haar aard, sowieso heel veel tijd op.

Stefan: Maak je geen illusies Bram, soms is het goochelen hoor.

Lezen en voorbereiden kan je wel wat inplannen als het beter uitkomt, maar voor de vergaderingen moet je natuurlijk rekening houden met de agenda van anderen.

Vooral de verplaatsingen slorpen heel veel tijd op.Covid-19 heeft ons er wel toe gebracht om gebruik te maken van de digitale vergadermogelijkheden.

Er zullen toch wel wat vergaderingen zijn die in de toekomst gewoon digitaal zullen georganiseerd worden.

Wat zijn de minder aangename kanten aan het bestuurderschap? 

Bram: Voor mij persoonlijk zijn dat de vele e-mails die binnenkomen. Amai! En zoals in de vorige vraag al aangeduid: het zoeken naar het evenwicht met de advocatenpraktijk, en beiden vlot met elkaar doen matchen.

Dat wordt vermoedelijk gedurende de hele bestuursperiode een moeilijke evenwichtsoefening.

Stefan: Misschien ben ik wel het evenwicht kwijt als ik niet meteen een minder aangename kant kan benoemen. ik doe het eigenlijk ongelofelijk graag. Er komt inderdaad heel veel informatie en dat kan wat overweldigend zijn, maar op termijn filter je wel.

Als ik dan toch een voorbeeld moet geven: de zondag om 17u een verzoek om advies krijgen tegen maandag 9u.

Veel succes en naarstigheid bij de verdere uitoefening van het mandaat en uitvoering van de projecten!

 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.