Kandidaat-afgevaardigde Brecht Maus: “Ik wil de West-Vlaamse nuchterheid meebrengen naar het debat"

Van 15 juni tot en met 18 juni 2026 kan u stemmen voor de stafhouder, vicestafhouder, leden van de raad van de Orde en afgevaardigden in de AV van de OVB. Er wordt ook een stagiairsvertegenwoordiger verkozen.

Met Henri gingen we even ons oor te luisteren leggen bij mr. Brecht Maus, kandidaat-afgevaardigde voor de AV van de OVB. 

 

Brecht, voor degenen die jou niet kennen: kan je je even voorstellen?

Ik ben advocaat bij Persona Legal, een kantoor met vestigingen in Roeselare en Knokke-Heist, gespecialiseerd in ondernemingsrecht, fiscaal recht en vastgoedrecht. Ik ben gepokt en gemazeld in de West-Vlaamse advocatuur: ik begon mijn loopbaan als stagiairsvertegenwoordiger bij de Conferentie Jonge Balie te Brugge, wat meteen de toon zette voor mijn engagement binnen de balie.

Nadien heb ik als lid van de raad van de Orde het voorzitterschap van de stagecommissie opgenomen, een functie die ik met veel overtuiging heb uitgeoefend, omdat ze mij toeliet om echt iets te betekenen voor de volgende generatie advocaten. Daarnaast ben ik secretaris van UNIZO Knokke-Heist, wat mij een brede kijk geeft op de uitdagingen van ondernemers en vrije beroepers. Thuis wacht een gezin waar ik gelukkig van kan opladen.

 

Je bent een nieuwe kandidaat voor de algemene vergadering van de OVB. Vanwaar deze keuze? En wat wil je realiseren als je wordt verkozen?

De keuze is eigenlijk organisch gegroeid. Via mijn mandaat in de stagecommissie en de raad van de Orde heb ik de voorbije jaren contacten opgebouwd met confraters en bestuurders van andere balies en van de OVB zelf. Die gesprekken hebben mijn nieuwsgierigheid aangewakkerd en tegelijk mijn overtuiging versterkt dat West-Vlaanderen een duidelijke stem verdient op Vlaams niveau. De uitdagingen waar wij voor staan, staan immers ook elders op de agenda: de blijvende opkomst van artificiële intelligentie, de war for talent, de vraag naar een moderner sociaal statuut, de toekomst van de advocatuur in het algemeen. Ik wil niet aan de zijlijn toekijken hoe anderen daarover beslissen.

Als afgevaardigde wil ik de West-Vlaamse nuchterheid meebrengen naar dat debat: pragmatisch, constructief, en met oog voor de realiteit op de werkvloer van het gemiddelde kantoor.

 

Hoe kijk je op vandaag naar de algemene vergadering als Vlaams ‘advocatenparlement’?

De algemene vergadering van de OVB is een krachtig instrument, waar de Vlaamse advocatuur met één stem kan spreken en waar richtinggevende beslissingen worden genomen. De werking ervan is de voorbije jaren ook gegroeid: er wordt actief teruggekoppeld naar de lokale balies en de betrokkenheid van afgevaardigden is reëel. Toch merk ik in de dagelijkse praktijk dat de doorsnee advocaat zich niet altijd bewust is van wat er op Vlaams niveau besproken en beslist wordt, niet door een gebrek aan inspanning vanuit de OVB of de afgevaardigden, maar omdat de afstand tussen het Vlaamse beleidsniveau en de individuele praktijkvoerder nu eenmaal groot is. Dat is geen verwijt, maar een structureel gegeven waar we blijvend aandacht voor mogen hebben.

 

Wat is volgens jou de grootste uitdaging voor de advocatuur? En welke rol heeft de balie/OVB daarin te vervullen?

Als ik één uitdaging moet noemen, is het de aantrekkelijkheid van ons beroep op lange termijn. De war for talent is reëel: getalenteerde juristen kiezen steeds vaker voor het bedrijfsleven of de overheid, aangetrokken door betere verloning, meer zekerheid en een aantrekkelijker sociaal statuut. Tegelijk verandert de manier waarop juridische dienstverlening wordt aangeboden razendsnel, onder impuls van technologie en nieuwe spelers op de markt. De vraag is of de advocatuur zichzelf opnieuw moet uitvinden, niet door haar kernwaarden te verloochenen, maar door ze te vertalen naar een modern beroepsmodel. De OVB en de lokale balies hebben daarin een gedeelde verantwoordelijkheid: de OVB voor het strategische kader en de regelgeving, de lokale balies voor de vertaling naar de dagelijkse praktijk. Die taakverdeling moet helder zijn, maar ook dynamisch. 

 

Zijn er thema's of vaardigheden die volgens jou meer aandacht zouden moeten krijgen in de beroepsopleiding voor advocaat-stagiairs?

Als voormalig voorzitter van de stagecommissie is dit uiteraard een thema dat mij nauw aan het hart ligt. De beroepsopleiding is de afgelopen jaren sterk geëvolueerd en de recente hervorming van de stageovereenkomst is een stap in de goede richting. Ondernemerschap maakt terecht al deel uit van het curriculum, want een advocaat is ook een zelfstandige ondernemer. Toch heb ik de persoonlijke indruk dat dit onderdeel in de praktijk wat stiefmoederlijk wordt behandeld, terwijl het voor veel jonge advocaten net één van de meest ingrijpende uitdagingen is waarmee ze worden geconfronteerd. Meer aandacht en gewicht voor dat luik lijkt mij dan ook wenselijk. Daarnaast verdienen digitale vaardigheden en een kritische omgang met artificiële intelligentie een structurele plaats in het curriculum niet als technische bijscholing, maar als onderdeel van de deontologische vorming. En ten slotte: welzijn en veerkracht.

De advocatuur is een veeleisend beroep, en jonge advocaten verdienen concrete handvatten om met die druk om te gaan.

 

Tot slot: welke boodschap wil je geven aan de West-Vlaamse advocaten die straks hun stem uitbrengen?

Dat hun stem telt, meer dan ze soms denken. De OVB neemt beslissingen die onze dagelijkse praktijk raken: over onze opleiding, ons sociaal statuut, de manier waarop wij ons beroep mogen organiseren … . Als West-Vlamingen hebben wij de kans om ons daarin te laten vertegenwoordigen door iemand die de realiteit van onze balie kent, die de debatten wil voeren die ertoe doen en die de nuchterheid en het doorzettingsvermogen meebrengt die wij als regio kenmerken. Ik zou het een eer vinden om dat vertrouwen te mogen dragen.

 

Succes met de verkiezingen, Brecht!

 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.