Opinie | Pleiten in tijden van corona.

HET GESCHREVEN WOORD WEERSTAAT CORONA

Pleiten in tijden van corona, moeilijk is dit!  Het KB nr. 2 sluit het pleiten niet volledig uit en voorziet ook voorzichtig in mogelijkheden via videoconferentie, maar in de regel wordt er zo goed als niet gepleit.

Het KB nr. 2 biedt echter voluit de mogelijkheid om in deze uitzonderlijke situatie “te zullen doorgaan”.

Het geschreven woord weerstaat immers wel degelijk aan corona en het KB nr. 2 geeft dan ook volledig vrije baan aan het verder zetten van de burgerlijke procedures via dit geschreven woord.

Alle burgerlijke zaken kunnen op de vastgestelde rechtsdagen behandeld worden, schriftelijk, als beide partijen maar geconcludeerd hebben.  Als beide partijen daarmee akkoord gaan, dan gaat het zo. 

Het KB nr. 2 voorziet wel in een discussiemogelijkheid.  Als een partij niet kan instemmen met de puur schriftelijke behandeling, dan hakt de rechter de knoop door.  Verzetten alle partijen zich tegen de schriftelijke behandeling, dan wordt de zaak in elk geval uitgesteld, bepaald of onbepaald. Een misverstand dat af en toe lijkt op te duiken is dat een zaak op een voor behandeling vastgestelde datum niet schriftelijk in beraad zou kunnen genomen worden zodra één partij zich verzet! Het KB nr. 2 is daar duidelijk in.

Als zodanig is het systeem ook wel degelijk verenigbaar met art. 6 EVRM, wat netjes werd uiteengezet door de afdeling wetgeving Raad van State in het advies m.b.t. KB nr. 2.  Deze verenigbaarheid belet uiteraard niet dat elke procespartij die een ernstige reden heeft om zich te verzetten tegen schriftelijke behandeling, kan uiteen zetten waarom in de concrete zaak, om te preciseren redenen, uitsluiten van mondeling pleidooi niet bestaanbaar zou zijn met de rechten van de partijen. 

Maar naast het schriftelijk worden van wat in normale tijden mondeling zou zijn, biedt het KB nr. 2 nog een bijkomende mogelijkheid.

Het KB voorziet erin dat de partijen in elke stand van de rechtspleging gezamenlijk kunnen beslissen een beroep te doen op de schriftelijke behandeling bedoeld in art. 755 van het Ger. Wb..  Op elk ogenblik van de procedure kunnen partijen,  uiteraard mits de zaak in staat is, dus de dossiers neerleggen en samen de rechter verzoeken vonnis te vellen. Van een “pleitdatum” of datum voor behandeling is dan helemaal geen sprake.  “In elke stand van de rechtspleging” betekent dus ook als de zaak op een verre datum nog zou moeten vast gesteld worden of zelfs al vast gesteld is.  Diep verscholen in de volmachtenkoning steekt dus een procedurele wonderman.  Als advocaten op korte termijn, door corona in hun kantoren opgesloten, een zaak in staat stellen, biedt deze nadruk op de mogelijkheden van art. 755 Ger. Wb. onvermoede kansen om de procedures zelfs sneller te doen verlopen dan in normale tijden.  Na liefde in tijden van cholera nu procederen in tijden van corona – het blijft allemaal mogelijk.

Confraters, grijp de kansen die het KB nr. 2 U biedt!

Bart Staelens en Rik Devloo.