'Stafhouder, wat doet u nu?' | Het salomonsoordeel

Hoe werkt het kabinet van de stafhouder en wat zijn de belangrijkste bevindingen in het laatste jaarverslag van het College van Toezicht? Onze directeur, Sophie Isebaert, neemt u mee achter de schermen. 

 

Twee opties: 

Ofwel zit u nu gniffelend voor uw scherm hopend op vettige roddels. Ofwel is de werking van het kabinet voor u nog onontgonnen terrein en bent u daadwerkelijk benieuwd waarmee de stafhouder zich tussen de vergaderingen door bezig houdt. 

Wie in de eerste categorie zat, moet ik zowel feliciteren (u kent uw klassiekers!) als teleurstellen.  In deze bijdrage maken we u namelijk wegwijs in de werking van het kabinet van de stafhouder, de bevindingen van het College van Toezicht en een aantal interessante West-Vlaamse  tuchtuitspraken van het gerechtelijk jaar 2025-2026. 

 

De werking van het kabinet van de stafhouder in vogelvlucht

Het kabinet van de stafhouder is zonder meer druk bevraagd: dagelijks ontvangt het kabinet nieuwe vragen tot tussenkomst van de stafhouder. 

Onze dossiers kennen hoofdzakelijk een schriftelijk verloop. 

Elke klacht die binnenkomt, verdient een correcte beslissing. En omdat een verhaal altijd twee kanten heeft, vraagt de stafhouder steeds het standpunt op van de advocaat tegen wie de klacht gericht is, ook al lijkt er na een eerste lezing van de klacht geen vuiltje aan de lucht te zijn. Tegenspraak vóór alles. 

Het ontvangen standpunt werkt steeds verhelderend en laat de stafhouder meestal toe om een beslissing te nemen. 

De meeste klachten of verzoeken tot tussenkomst kunnen, mede dankzij de stipte opvolging door het secretariaat, op korte tijd worden afgesloten. De gemiddelde doorlooptijd van een dossier bedraagt 47 kalenderdagen. Ongeveer de helft van de dossier is zelfs binnen 31 dagen afgerond. 

Laat een klacht echter na een eerste analyse vermoeden dat er deontologische inbreuken aan de orde zijn, dan stelt de stafhouder alsnog een onderzoeker aan. Deze krijgt  volledige bevoegdheid over het onderzoek en brengt na verhoor van de betrokken partijen verslag uit aan de stafhouder (zie verder).  
 


Daarnaast ontvangt de stafhouder ook formele klachten. Deze klachten beantwoorden aan een aantal formele vereisten (art. 458 Ger.W. ). Het behandelingsproces is vrij gelijklopend aan dat van de ‘gewone’ klachten. Maar de klager heeft het recht om gehoord te worden. En hij kan zich richten tot de voorzitter van de tuchtraad te Gent, indien de stafhouder na zes maanden geen beslissing heeft genomen. Tegen de beslissing van de stafhouder bestaat bovendien een beroepsmogelijkheid. 

Op een paar uitzonderingen na, gingen formele klachten het afgelopen jaar uit van rechtzoekenden. Daarvan werden de meeste afgesloten zonder gevolg. 
 


Tenslotte zijn er de tuchtonderzoeken. De stafhouder start ze ambtshalve op naar aanleiding van de vaststelling van tekortkomingen op de jaarlijks terugkerende verplichtingen (permanente vorming, rapportering derdenrekeningen). Andere onderzoeken vinden hun oorsprong in één of meerdere informele klachten (zie hoger) of in een melding door het parket. 

Het betreft meestal zwaarwichtiger inbreuken of dossiers met een grotere complexiteit. De doorlooptijd van een tuchtonderzoek bedraagt daarom langer. Het kabinet streeft naar een gemiddelde doorlooptijd van zes maanden. De realiteit stemt ons tot nederigheid. 

Het onderzoek van de feiten vertrouwt de stafhouder toe aan een tuchtonderzoeker. Deze heeft als opdracht om zowel de bezwarende als de verzachtende elementen in kaart te brengen in een afsluitend verslag. 

De stafhouder beslist op basis daarvan over het verdere verloop. 

 


Het blijft nog steeds een misvatting dat de stafhouder of de raad van de Orde kunnen sanctioneren. Inzake tucht vervult de stafhouder de rol van onderzoeksrechter: hij leidt het onderzoek en beslist na afloop om te seponeren (al dan niet met een vermaning) of om door te verwijzen naar de tuchtraad. 

Het zijn de tuchtraden die exclusief bevoegd zijn om te oordelen over de feiten en om een sanctie uit te spreken. In de procedure voor de tuchtraad is de stafhouder zelfs geen partij: ter zitting mag hij enkel verslag uitbrengen, maar niet concluderen. Hij kan evenwel beroep aantekenen, hetgeen de stafhouder tijdens het voorbije batonnaat trouwens deed in een aantal gevallen, met wisselend succes. 

 

Het College van Toezicht

Het College van Toezicht werd opgericht in de schoot van de Orde van Vlaamse Balies. Jaarlijks rapporteren de Vlaamse balies aan het College van Toezicht over het aantal ontvangen informele en formele klachten, de stand van de tuchtdossiers en de tussengekomen beslissingen. 

Het College analyseert deze gegevens en bundelt deze in een lijvig jaarverslag. Dit jaarverslag bevat eveneens aanbevelingen die de werking van de balies en de tuchtraden ten goede kunnen komen. 

In juni publiceerde het College van Toezicht het jaarverslag over 2024-2025. 

Over het tuchtbeleid van Balie West-Vlaanderen meldde het College onder meer het volgende:

  • 56 nieuwe tuchtdossiers werden geopend in 2024-2025 (zowel ambtshalve opening als na formele klacht). Dat is een significante toename ten opzichte van de vorige jaren. Ook bij de andere Vlaamse balies is dat het geval.
  • 62,5% daarvan werd geseponeerd (nvdr: hoofdzakelijk formele klachten), wat eveneens significant meer is dan de vorige jaren. Deze evolutie is ook terug te vinden in de rest van Vlaanderen.
  • Het aantal verwijzingen naar de tuchtraad is status quo ten opzichte van vorige referteperiodes.
  • Het aantal niet-afgesloten onderzoeken is vergelijkbaar met de vorige referteperiodes. Daarin wijkt West-Vlaanderen enigszins af van de andere Vlaamse balies, waar het aantal lopende tuchtonderzoeken gedaald is.
  • In West-Vlaanderen zijn de meest voorkomende inbreuken:
    • kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
    • derdengelden
    • confraterniteit

Het College van Toezicht rondde het jaarverslag 2024-2025 af met een aantal aanbevelingen.  Zo verdient het volgens het College aanbeveling dat de stafhouders meer gebruik maken van hun injunctierecht om advocaten zich bij tuchtproblemen (vb. gebrekkige organisatie) te laten bijscholen. Op die manier treedt de stafhouder niet enkel repressief, maar ook preventief op. 

Verder stuurt het College ook aan op een balie-overschrijdende poule van externe onderzoekers te vormen en ter beschikking te stellen. Op die manier kunnen de onderzoeken in complexe materies toch aan onderzoekers worden toegewezen die over de nodige expertise in de materie beschikken. Dit kan de doorlooptijd ten goede komen. 

Ten slotte is het College van Toezicht voorstander van een meer geüniformeerd tuchtbeleid via thematisch overleg tussen de stafhouders. Op vandaag hanteren de balies immers nog verschillende invullingen van het begrip ‘formele klacht’ en loopt het beleid rond inbreuken tegen (o.a. ) de witwaspreventiereglementering nog te veel uiteen. 

Het thematisch overleg en het inzetten van een balie-overschrijdende poule van externe onderzoekers zijn initiatieven die in de lijn liggen van de lang verwachte hervorming van het advocatentuchtrecht.

 

West-Vlaamse tuchtuitspraken

Het afgelopen gerechtelijk jaar gaat de boeken in als het jaar waarin de stafhouder focuste op een doorgedreven aanpak van bepaalde veelplegers. 

Daarnaast tekende de stafhouder in een aantal zaken hoger beroep aan om principiële redenen.

Eén en ander leidde tijdens het gerechtelijk jaar 2025-2026 tot een aantal opvallende uitspraken van de tuchtraad te Gent en de Tuchtraad van Beroep. 

Hierna nemen we om evidente redenen enkel uitspraken mee die in kracht van gewijsde zijn getreden. 

  • In een uitspraak van 18 juni 2026 oordeelde de Tuchtraad van Beroep over de schending van een schorsingsmaatregel. Een West-Vlaamse advocaat stelde procedurele handelingen en verscheen ter zitting, niettegenstaande een schorsingsmaatregel hem dat verbood. 

    De advocaat in kwestie hield voor dat hij van het parket-generaal weliswaar een kennisgeving had gekregen dat de schorsingsmaatregel op datum X zou ingaan, tenzij vóór die datum een rechtsmiddel was ingesteld. Afgaand op de gang van zaken bij eerder opgelopen schorsingen, was hij in afwachting van een afzonderlijke kennisgeving van het parket-generaal dat de schorsing effectief inging. Die volgde evenwel niet, waardoor hij in de mening verkeerde dat de maatregel nog niet van toepassing was. 

    De tuchtraad te Gent volgde hem verrassend genoeg in deze redenering en sprak betrokkene vrij. 

    De stafhouder, evenals de procureur-generaal, tekenden hoger beroep aan. 

    De Tuchtraad van Beroep verklaarde het hoger beroep gegrond. De tuchtraad herhaalt het principe dat een schorsingsmaatregel van rechtswege in werking treedt vanaf het verstrijken van de termijnen voor het instellen van de gewone en buitengewone rechtsmiddelen. Hoewel het parket-generaal bevoegd is voor de tenuitvoerlegging van de maatregel, is een uitdrukkelijke kennisgeving geen noodzakelijke voorwaarde voor de tenuitvoerlegging. 

    Er werd een bijkomende schorsing van één maand opgelegd. 
     
  • In een uitspraak van dezelfde datum deed de Tuchtraad van Beroep uitspraak over het hoger beroep ingesteld door dezelfde advocaat tegen de herroeping van een gedeeltelijk uitstel van tenuitvoerlegging. 

    De stafhouder vervolgde de advocaat in kwestie wegens het niet naleven van de voorwaarden die hem in 2025 waren opgelegd. De Tuchtraad achtte de schending van de voorwaarden bewezen en herriep het eerder verleende uitstel van vier van de zes maanden schorsing volledig.

    De betrokken advocaat tekende hoger beroep aan. De Tuchtraad van Beroep achtte de schending van de voorwaarden weliswaar bewezen, maar vond een volledige herroeping disproportioneel, gelet op de inspanningen die de advocaat leverde om zich in regel te stellen. Het eerder verleende uitstel werd slechts gedeeltelijk herroepen. 

    Als gevolg van deze beslissing gaf de schending van de voorwaarden slechts aanleiding tot een effectieve schorsing van acht dagen.
     
  • Op 11 februari 2026 sprak de Tuchtraad te Gent de schrapping uit van een West-Vlaamse advocaat (bevestiging van haar eerdere uitspraak bij verstek van 12 november 2025). 

    De schrapping volgde na een lange reeks van tuchtprocedures (dit dossier was het zesde tuchtdossier tegen betrokkene). 

    De Tuchtraad was van oordeel dat het totaal gebrek aan communicatie van de betrokken advocaat met zijn opvolgers en tegenstrevers en met de stafhouder, aantoont dat hij niet langer in staat was om het beroep uit te oefenen. 

    Later die maand, op 25 februari 2026, bevestigde de Tuchtraad van Beroep de tweede beslissing tot schrapping van de tuchtraad te Gent ten aanzien van dezelfde advocaat. Aanleiding voor de procedure was de schending van een eerder opgelopen schorsing. 

 

Besluit

Tucht is een traag gegeven. Je kunt het nog het best vergelijken met een gletsjer: die beweegt tergend langzaam, maar laat onverbiddelijk een diep spoor na. 

Het loont om geduldig, dossier na dossier, te blijven onderzoeken en door te sturen naar de tuchtraad. Ogenschijnlijk beweegt er niet veel voor de buitenwereld, maar de resultaten zijn er wel degelijk. 

Mag het sneller? Absoluut: de langverwachte hervorming van het tuchtrecht zou soelaas kunnen brengen. 

In afwachting daarvan werkt de stafhouder samen met de leden van de tuchtcel gestaag verder. 

 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.