"Trots overheerst" | Dubbelinterview met stafhouder Alain Vanryckeghem en kandidaat-stafhouder Stefan Pieters
Van 15 juni tot en met 18 juni 2026 kan u stemmen voor de stafhouder, vicestafhouder, leden van de raad van de Orde en afgevaardigden in de AV van de OVB. Er wordt ook een stagiairsvertegenwoordiger verkozen.
Alain Vanryckeghem zwaait weldra af als vierde stafhouder van de balie West-Vlaanderen (maar blijft kandidaat voor de raad van de Orde en de algemene vergadering van de OVB) en Stefan Pieters, onze vicestafhouder, stelt zich kandidaat als stafhouder. Het uitgelezen moment voor een dubbelgesprek!
Alain, hoe kijk je terug op het stafhouderschap: welk gevoel overheerst naar het einde van je mandaat toe?
Alain Vanryckeghem: momenteel is het eigenlijk nog te druk om al over de schouder te kijken. Er liggen nog veel dossiers op de plank waarin standpunten moeten worden ingenomen en beslissingen moeten worden genomen. Er wordt nog steeds veel vergaderd.
Wat stilaan wel begint door te sijpelen, is het besef dat ik er niet voldoende van heb ‘genoten’. Voor je het weet hollen de feiten je voorbij: je wordt hier links aangesproken, daar rechts aan de mouw getrokken, en je holt van de ene vergadering naar de andere. Ik probeer momenteel dus, naast het werk te blijven verzetten, ook nog wat te genieten.
Maar als één gevoel overheerst boven alle andere, dan is het toch trots.
Ik voel me bevoorrecht stafhouder te mogen geweest zijn van wat ik een ‘mooie’ balie noem en ik heb dat in eer en geweten gedaan.
Op welke verwezenlijkingen ben je het meest trots?
Alain Vanryckeghem: eerst dit: hoe mooi het ambt ook is, grote revoluties zal je er niet mee veroorzaken. Noem het eerder ‘stenen in de rivier verleggen’.
Bij de opstart van mijn ambt liet ik onmiddellijk de interne procedure voor het verwerken van de briefwisseling en klachten volledig digitaliseren, wat de efficiëntie alvast verhoogde. Maar dat is interne winkel.
Als Ieperling stelde ik me de vraag of de drempel niet te groot zou zijn voor advocaten om mij als ‘nobele bekende’ aan te spreken. Ik kan natuurlijk onmogelijk zeker zijn dat dat bij niemand het geval is geweest, maar stel toch vast dat ik frequent aangesproken werd en merkte daarbij alvast geen drempel.
Voor het overige ben ik echt wel trots op de zeer professionele werking van onze balie op diverse niveaus en ik probeerde dat te bestendigen en uit te bouwen. Ik stel daarbij vast dat wij ook het nodige aanzien en respect genieten bij zowel de magistratuur, de andere balies als de OVB. Ik denk wel dat ik daarin een goede ambassadeur ben geweest en heb alvast veel warme mensen leren kennen die me in dat gevoel bevestigden.
Hoe zwaar weegt de representatieve rol tegenover het inhoudelijke werk?
Alain Vanryckeghem: best wel zwaar, al noem ik zoiets een ‘eerstewereldprobleem’. Ik bezocht in beide jaren zowat alle Vlaamse openingsconferenties, wat leuk is maar meteen ook zondagwerk meebrengt. Maar alles met de glimlach, want alleen maar positieve ervaringen.
Zijn er ook minder leuke kanten aan het stafhouderschap?
Alain Vanryckeghem: waar iedereen voor waarschuwt: de eenzaamheid. Praten met iemand van wie je weet dat hij ongelijk heeft, maar je mag het hem of haar niet zeggen. Dossiers waarvan de wandelgangen zeggen dat er niets mee gebeurt, terwijl dat wel degelijk het geval is maar dat kan niet gecommuniceerd worden.
Zijn er projecten die je als prostafhouder in het bijzonder zal blijven opvolgen?
Alain Vanryckeghem: met onze tuchtwerking zijn we ondertussen al een aantal jaar een ‘huis aan het bouwen’, ik hoop dat ik daar de architect van zou mogen worden.
Welke raad wil je Stefan meegeven voor zijn stafhouderschap?
Alain Vanryckeghem: bovenal: geniet, het is een fantastisch ambt.
Hoe verliep de samenwerking tussen jullie beiden?
Stefan Pieters: we kenden elkaar niet echt en zoals elke goeie Vlaming zijn we dan maar, op initiatief van de stafhouder, iets gaan eten. Er was vertrouwen, vlotte communicatie en de nodige uitleg naar mij toe. Tijdens mijn tien jaar in de raad van bestuur van de OVB was ik toch even weg uit het lokale gebeuren, dus de tips en hints van de stafhouder waren zeker welkom.
Alain Vanryckeghem: we waren inderdaad nobele onbekenden voor elkaar, maar de eerste contacten verliepen al meteen vrij vlot en ontspannen en zo is dat gebleven. Het bleek al meteen dat Stefan, hoewel hij al lang niet meer in de raad had gezeteld, een enorme bagage meedroeg dankzij zijn bestuurdersverleden.
Zijn kennis is doorheen mijn batonnaat herhaaldelijk vrij nuttig gebleken. Stefan is geen tafelspringer in vergaderingen, maar als hij iets zegt is het er ‘boenk op’. Ik ga er prat op dat dat ook mijn stijl is, dus zo heb ik het graag en daarin begrepen we elkaar.
Wat motiveerde je om kandidaat te zijn voor het stafhouderschap, Stefan?
Stefan Pieters: ik weet niet hoe het voor de stafhouder was of voor gewezen stafhouders, maar ik had geen bepaald plan in mijn hoofd om te kandideren. En al zeker niet op een bepaald moment in mijn carrière als advocaat. Dat was ook niet zo toen ik mij kandidaat stelde als lid van de raad in een ver ver verleden, evenmin als dat het geval was toen ik een gooi naar het bestuurderschap bij de OVB deed. Daarmee wil ik natuurlijk niet gezegd hebben dat ik niet bewust heb gekozen om het mandaat te ambiëren, integendeel. Het is een intense twee jaar en ik heb er toch wel over nagedacht en met een reeks mensen over gesproken. Ik heb enkel positieve dingen gehoord en vaak de opmerking dat het de mooiste tijd uit de loopbaan was. Ik hoop het te kunnen beamen in 2028.
Welke speerpunten wil je als stafhouder hoog op de agenda zetten?
Stefan Pieters: een stafhouder is natuurlijk zeer goed geïnformeerd en net dat zorgt voor wat eenzaamheid in het ambt. Zoiets kan de indruk wekken dat er veel gebeurt waar niets mee of tegen ondernomen wordt, maar niets is minder waar. Er kan een spanningsveld door ontstaan en dat is de voorbije periode wel het geval geweest.
Ik zal proberen meer in te zetten op transparantie en via die weg pogen wat meer inkijk te geven.
Het zal sowieso een evenwichtsoefening zijn en je kan nu eenmaal niet alles te grabbel gooien, maar ik neem me voor om mezelf bij alles de vraag te stellen of er over moet en kan gecommuniceerd worden. En zo ja, op welke manier.
En bovenal hoop ik dat iedereen goed en wel beseft dat een stafhouder er altijd is, niet alleen om tussen te komen als het even fout loopt. Ik zal dus ook inzetten op aanspreekbaarheid.
Welke zaken zijn absoluut voor verbetering vatbaar op lokaal, Vlaams en/of (inter)nationaal niveau?
Stefan Pieters: we moeten blijven inzetten op professionalisering en het voortouw nemen wat digitalisering betreft.
Er wordt heel veel gepraat over AI maar nog veel te weinig mee gedaan.
We beschikken over heel wat informatie en modellen, niet alleen lokaal maar zeer zeker op niveau van de OVB en ook van de CCBE. Die wordt nu veel te statisch aangeboden via Word- of pdf-formaat en niet via interactieve toepassingen aangedreven door AI. Zo denk ik in eerste instantie aan de witwasverplichtingen die binnen enkele maanden opnieuw zullen verstrengen door nieuwe eisen van de GAFI. Risico-inschatting en identificaties moeten ontsloten worden via online toepassingen om advocaten toe te laten op vrij eenvoudige wijze hun verplichtingen na te leven.
Tot slot: hoe ziet je ideale raad van de Orde eruit?
Stefan Pieters: naar namen moet je niet hengelen! Een goeie mix of zeg maar weerspiegeling van onze balie, dat is het belangrijkste. Jonge en oude mannen en vrouwen, solisten en confraters uit een kantoorstructuur, zakenadvocaten en rechtbankratten…
Bedankt voor het gesprek!
Reactie toevoegen