Waakzaamheid geboden bij de 'Sinterklaas'-wet tweedelijnsbijstand

De inkomensgrenzen voor de juridische tweedelijnsbijstand werden gevoelig opgetrokken, en er zijn enkele wijzigingen in het compendium. Wat betekent dit concreet voor de praktijk? Onze BJB-voorzitter Filip Mourisse licht ons toe:

De inkomensgrenzen voor tweedelijnsbijstand werden inderdaad opgetrokken met tweehonderd euro, en de volgende drie jaar zal deze grens nog telkens met honderd euro stijgen. Bovendien werd het bedrag voor persoon ten laste aanzienlijk opgetrokken, namelijk tot 259,18 euro.

De groep rechtzoekenden die gerechtigd zijn op tweedelijnsbijstand breidt dus gevoelig uit. Zo komt bijvoorbeeld nu al een alleenstaande met een netto-inkomen van zo’n 1.500 euro per maand in aanmerking voor de juridische tweedelijnsbestand.

Dit betekent dat er een grote instroom aan nieuwe pro deo dossiers zal zijn.

Ook betekent dit dat confraters die misschien niet gewoonlijk een pro deo cliënteel bedienen, waakzaam moeten zijn. Zij zullen nu immers eventueel in het vaarwater komen van de juridische tweedelijnsbijstand. En we hebben allen de deontologische plicht  om de cliënt ervan te informeren als hij beantwoordt aan de voorwaarden om tweedelijnsbijstand te genieten. Als de cliënt gerechtigd was op pro deo en er kan niet worden aangetoond dat hij daarvan geïnformeerd werd en afstand deed, riskeert de advocaat alle erelonen te moeten teruggeven.

Daarnaast zijn er wat wijzigingen in het compendium. De belangrijkste zijn:

  • 3.1.4.3 compendium: het aanvraagformulier moet niet ingevuld en ondertekend worden voor de persoon van de geesteszieken die onder de toepassing valt van de wet van 26 juni 1990
  • 4.1.4.3 compendium: het BJB kan aan de rechtzoekende, hetzij aan derden, inclusief overheidsinstanties, alle informatie opvragen die nuttig worden geacht, waaronder het aanslagbiljet, om zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van de juridische bijstand vervuld zijn.
  • 4.1.5.3 compendium: indien het BJB een aanstelling geeft op basis van spoedeisendheid, dienen de stukken gevoegd te worden binnen de 15 dagen na aanstelling; bij gebrek aan voorlegging wordt er van rechtswege automatisch een einde gemaakt aan de juridische bijstand zonder weigeringsbeslissing.
  • Jeugdrecht: voor kinderen van éénzelfde gezin met verschillende maatregelen kunnen de punten per kind worden aangevraagd; deze verschillende maatregelen blijken uit het vonnis, de beslissing SPJ, het zittingsblad of het verslag van de sociale dienst.

Ten slotte wijs ik ook op volgende wijzigingen in de puntenlijst:

  • Code 1.2: het eerste consult wordt aanvaard zonder bewijsstukken; vanaf het tweede consult moet de advocaat aan de hand van notities, een agenda of dergelijke aantonen dat de consultaties hebben plaatsgevonden.
  • Code 3.2.4: is naar analogie van toepassing op het eenzijdig verzoekschrift ter rechtzetting van een akte van burgerlijke stand.
  • Code 7.2.1: is naar analogie van toepassing voor een bespreking over het positief project in het kabinet bij de jeugdrechter.
  • Code 7.3.1: is naar analogie van toepassing voor een bespreking over voorwaardelijk sepot en het positief project op het parket.
  • Code 7.7: is naar analogie van toepassing voor netwerkoverleg zoals Kompas +
  • Code 8.3.2.2.1: schorsings- en vernietigingsberoep wanneer het gaat om leden van een zelfde familie die identieke beslissingen hebben ontvangen, maar waarbij twee beroepen moeten worden ingesteld voor de ontvankelijkheid en de RVV de dossiers niet verbindt, in dat geval kent men de basis toe voor elk dossier, maar slechts éénmaal de punten van het verzoekschrift.

Bedankt voor deze duiding, Filip!