Corona laatste update: 06/07/2021

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 186 Ger.W.

Stafhouder Rik Crivits geeft duiding omtrent het voorontwerp van de wet betreffende de wijziging van artikel 186 van het gerechtelijk wetboek.
 

Met de hervorming van 2013 - 2014 werden de provincies gerechtelijke arrondissementen en de bestaande gerechtelijke arrondissementen afdelingen. De rechtbank van eerste aanleg is sindsdien georganiseerd op het niveau van het arrondissement. Parallel is ook een overkoepelende structuur voor de vredegerechten en politierechtbanken op het niveau van de provincie tot stand gekomen. Merkwaardig genoeg is gekozen voor een andere regeling voor de arbeidsrechtbanken en de ondernemingsrechtbank. Deze rechtbanken zijn georganiseerd  op het niveau van twee provincies, m.a.w op het niveau van het ressort.

De uitwerking van deze globale structuur verloopt via het zaakverdelingsreglement, het bijzonder reglement en de dienstregeling.

Via het zaakverdelingsreglement (artikel 186 Ger. W.) kan de Koning (op aangeven van de korpsoversten van de rechtbanken) wat verschuiven aan de gebiedsomschrijving van een afdeling en een restrictief omschreven aantal materies toebedelen aan bepaalde afdelingen van de rechtbank. Artikel 186 Ger. W voorziet dat het zaakverdelingsreglement nooit mag leiden tot de afschaffing van een zittingsplaats, zoals deze in 2014 bestond. Deze bevoegdheid komt toe aan de Wetgever.

Het (pre-)zaakverdelingsreglement vastgesteld in een Koninklijk Besluit van 2014 voorziet dat er voor West-Vlaanderen 4 afdelingen zijn van de rechtbank van eerste aanleg. De ondernemingsrechtbank Gent heeft dan weer 8 afdelingen (waarvan 5 in West-Vlaanderen, vermits ook Oostende een afdeling van deze rechtbank had en heeft).

De fusies van de balies West-Vlaanderen is er gekomen onder meer om op hetzelfde niveau met de rechtbank te kunnen overleggen. Bij de fusie is overeengekomen te ijveren voor het behoud van de afdelingen Veurne en Ieper.

Het nut van behoud van de afdelingen Ieper en Veurne en ook Oostende, wordt soms in vraag gesteld. Dit heeft in belangrijke mate te maken met de onderbezetting van het kader van magistraten.

Er is/was een voorontwerp van wet tot wijziging van artikel 186 Ger. W.  De voorgestelde wijziging impliceert dat 1) een zaakverdelingsreglement er toe kan leiden dat om het even welke materie ‘gecentraliseerd’ zou worden en 2) dat het mogelijk zou worden om met een zaakverdelingsreglement de facto een afdeling (een ‘zittingsplaats’) af te schaffen.

De Hoge Raad voor de Justitie adviseerde negatief op het ontwerp.

Ook de balies hebben hiertegen gereageerd en de balie West-Vlaanderen nam de lead. Het is belangrijk dat alle Vlaamse stafhouders zich met de finale tekst die naar de minister ging akkoord verklaarden. De tekst van onze reactie vindt u hier. De Minister heeft al op — tijdens het recente webinar georganiseerd door de CJB Veurne – laten weten dat hij het idee van mogelijke afschaffing van een afdeling via een zaakverdelingsreglement laat vallen.

De balie West-Vlaanderen meent dat er een efficiëntere organisatie mogelijk is zonder te raken aan de nabijheidsrechtbanken door gebruik te maken van de digitalisering. Bovendien zou de organisatie van alle rechtbanken op het niveau van de provincie op termijn een eenheidsrechtbank en meteen veel efficiëntiewinst mogelijk maken. Anders dan het ressort heeft een provincie een sociologische identiteit, zodat beslissingen die genomen worden op provinciaal niveau makkelijker kunnen worden aanvaard.