Zijn advocaten gewone mensen? | Bart's Branie

De Standaard, 18 maart 2026, een mooi artikel over een enthousiaste Brusselse confrater.

De jonge advocaat legt uit dat zijn vroeger afro-kapsel niet professioneel overkwam. Hij schetst hoe hij zich wil inzetten bij het bestrijden van rassendiscriminatie, antisemitisme, homofoob geweld, om het even welk onrecht en zijn uiteenzetting klinkt verfrissend. Hij heeft duidelijk een groot project opgezet, met grote ambities en laat ons hopen dat hij niet al te snel met zijn hoofd tegen de muur loopt. Hij heeft zich klaarblijkelijk ook een perfect kostuum aangeschaft, in de hoop zich zo goed als mogelijk te kunnen integreren. En dan zet hij uiteen dat hij het moeilijk heeft binnen de advocatuur, waar velen al sinds generaties advocaat zouden zijn.

Alle sympathie voor die jonge advocaat en, zeker bij ons in West-Vlaanderen, diversiteit is nog niet evident binnen onze rangen.

Maar hebben we werkelijk te maken met generaties van advocaten? Bestaan er dynastieën? Dit lijkt mij zonder meer onzin te zijn, of beter, dit lijkt mij een verkeerde perceptie te zijn.

Dus nemen we er even de tableau bij. Gewis, zonen of dochters van advocaten, die vinden we terug. Ook al moeten we vaststellen dat meer en meer zonen en dochters van advocaten opteren voor de magistratuur, misschien hebben ze al te veel stress ervaren bij hun vader of moeder. En klaarblijkelijk doen ze het goed in de examens, maar dat is een ander delicaat punt.

Maar laat ons even verder stappen dan zoon- of dochterrelaties. Oké, wie de namen van de “moeders-advocaten” kent, die zal wellicht nog meer ‘zonen en dochters van’ terugvinden. Maar eerlijk gezegd, ook niet overdreven veel.

Dat is natuurlijk nog geen dynastie en dit gaat nog niet over ‘generaties’.

Wie zoekt naar derde generatie advocaten, die moet ze al zeer intensief zoeken want de oogst zal zeer schraal zijn. En wie meer dan drie generaties wil ontdekken, die heeft wellicht een Einstein-telescoop nodig om die terug te vinden. De perceptie van generaties advocaten, die is zonder meer verkeerd. Ons beroep laat het ook niet toe te rusten op de lauweren die verzameld zijn door vader of moeder, laat staan door opa of oma. Wie het beroep niet graag uitoefent, liefst met hart en ziel, die houdt het ook niet uit. Een bekend en geliefd advocaat, zoon van een metselaar, heeft mij ooit het omgekeerde uitgelegd, nl. dat de advocatuur net dé ideale omgeving is voor sociale mobiliteit. Wat misschien ook getuigde van overdreven optimisme maar wat wellicht dichter bij de waarheid staat dan de hartenkreet dat veel advocaten deel zouden uitmaken van een reeds generaties bestaande dynastie.

De laatste decennia is er bovendien, gelukkig maar, sprake van een duidelijke democratisering. De tijd dat de taal van Molière tussen veel Vlaamse advocaten nog gebruikt werd, ligt reeds jaren achter de rug (dat veel Vlaamse advocaten nu kampioenen zijn in gallicismen, is daarvan misschien nog een spijtige erfenis). Stagiairs werden vroeger niet betaald, stap voor stap is daar een serieuze vooruitgang in gemaakt, we zijn er nog niet maar de vooruitgang is toch groot. Ook dit laat democratisering toe. En wie ageert in de tweedelijnsbijstand, zoals onze sympathieke jongeman waarover ik het heb, die krijgt ook meer en meer kansen natuurlijk.

Er bestaat een verkeerde perceptie van de advocaat. Misschien zou een doorgedreven sociologisch onderzoek ons daarin wat kunnen bijleren. Die perceptie is overigens taai. Mijn vroegere buurman zette mij uiteen hoe hij met zijn makkers pinten ging pakken. Waaraan hij toevoegde: “maar jullie advocaten drinken natuurlijk geen pinten”. Perceptie kan soms niet perfect zijn. Quod erat probandum.

 

Bart STAELENS

 

 

 

 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.