AI krijgt nooit de schuld | AI-richtlijnen voor de advocaat
Onze commissie artificiële intelligentie nam de actuele OVB-richtlijnen over AI voor advocaten onder de loep.
Wat verwachten we van de advocaat ?
Mag een advocaat AI gebruiken? De OVB en de OBFG antwoorden sinds 1 februari 2025 duidelijk: ja. Het gebruik van AI is niet verboden, maar evenmin verplicht. Het gebruik ervan behoort tot “de eigen vrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de advocaat”.
Vooral dat laatste woord telt.
De richtlijnen voeren immers geen nieuwe deontologie in. Ze passen bestaande kernplichten toe op een nieuw instrument: deskundigheid, beroepsgeheim, onafhankelijkheid en persoonlijke verantwoordelijkheid voor wat onder onze naam naar buiten gaat.
Het gereedschap verandert. De verantwoordelijkheid niet.
1. Weet waarmee u werkt
De advocaat moet de basis kennen van AI en van taalmodellen. Zo’n model genereert tekst op basis van patronen en waarschijnlijkheden. Wie het als juridische databank gebruikt, vraagt het iets waarvoor het niet gebouwd is.
Het antwoord kan overtuigend klinken en toch fout zijn. Niemand hoeft informaticus te worden. Maar wie AI inzet in een dossier, moet voldoende begrijpen wat het systeem kan, waar het tekortschiet en welke risico’s daaraan verbonden zijn.
2. Lees de gebruiksvoorwaarden
Waar worden de ingevoerde gegevens opgeslagen? Traint de aanbieder er zijn model mee? Gaan ze naar derden? Is het systeem open of gesloten? Welke aansprakelijkheid aanvaardt de aanbieder zelf?
Een tool die handige antwoorden geeft, is daarmee nog niet geschikt voor een dossier. Wat achter de interface met de informatie gebeurt, telt evenzeer.
3. Controleer, zeker wat goed geschreven is
De advocaat controleert het resultaat met inbegrip van vermelde bronnen. Wetgeving, rechtspraak en rechtsleer moeten dus worden nagekeken.
Een taalmodel kan een arrest verzinnen dat perfect geloofwaardig klinkt, een bestaand arrest verkeerd weergeven of verwijzen naar wetgeving die intussen is gewijzigd.
Precies daar schuilt het risico: hoe beter de tekst klinkt, hoe makkelijker een fout aan de aandacht ontsnapt.
De controle stopt bovendien niet bij de bronnen. Ook een samenvatting van een strafdossier, een chronologie of een berekening moet worden nagekeken vooraleer erop wordt voortgebouwd.
Een vlotte formulering is geen kwaliteitsgarantie.
4. Pseudonimiseren volstaat niet voor het beroepsgeheim
Voor persoonsgegevens is pseudonimiseren het vertrekpunt. De advocaat voert ze in principe niet in. Is verwerking noodzakelijk, dan moet daarvoor een geldige rechtsgrond bestaan.
Voor het beroepsgeheim ligt de lat hoger. De advocaat voert nooit stukken of informatie in die onder het beroepsgeheim of een vertrouwelijkheidsverplichting vallen, tenzij hij absoluut zeker is dat hij in een gesloten omgeving met voldoende waarborgen werkt.
Dat onderscheid is cruciaal.
Een proces-verbaal zonder naam blijft vertrouwelijk. Hetzelfde geldt voor een e-mail van de cliënt, een ontwerpconclusie of een medisch verslag.
Wie namen vervangt door initialen respecteert de gegevensbescherming maar daarom nog niet het beroepsgeheim. De belangrijkste vraag is dus niet de identificeerbaarheid van de persoon maar wel of deze informatie überhaupt in een AI-systeem mag terechtkomen.
5. De cliënt hoeft het niet te weten, de chatbotgebruiker wel
De advocaat hoeft de cliënt niet te melden dat hij AI gebruikt, net zomin als hij toelicht welke andere IT-toepassingen hij inzet.
Anders wordt het wanneer de cliënt rechtstreeks met een AI-systeem communiceert.
Een advocaat mag een chatbot ontwikkelen, maar de gebruiker moet duidelijk weten dat hij met een geautomatiseerd AI-systeem te maken heeft.
6. De advocaat blijft eindverantwoordelijke
Alle aansprakelijkheidsprincipes blijven gelden.
Nieuw is dat niet. Wat een stagiair of medewerker voorbereidt, vertrekt uiteindelijk onder de naam van de advocaat die ondertekent. Voor de output van een taalmodel geldt hetzelfde, met één belangrijk verschil: een stagiair kan uitleggen hoe hij tot zijn besluit kwam. Een taalmodel produceert op die vraag gewoon een nieuw antwoord — overtuigend geformuleerd, maar niet noodzakelijk juist.
De rechter en de cliënt zien uiteindelijk maar één naam onder het stuk.
Een arrest dat niet bestaat, een samenvatting die een cruciale verklaring mist, een fout berekende termijn: de verantwoordelijkheid ligt bij wie ondertekent. Wie achteraf zegt dat ChatGPT het arrest heeft gevonden, verklaart vooral hoe de fout ontstond — en tegelijk dat de controle ontbrak.
Het is de advocaat die het instrument kiest. Hij beslist wat hij invoert. Hij beslist wat hij met de output doet.
Maarten Vandermeersch
Voorzitter commissie AI balie West-Vlaanderen
Bron: OVB/OBFG, Richtlijnen voor advocaten voor het gebruik van Artificiële Intelligentie, 1 februari 2025.
Commentaar
Mooie analyse Maarten!
Waarde Confrater,
Beste Maarten,
Ik beaam de woorden van super- sercretaris Mr. Rik Devloo.
Zeker voor een leek in het (AI-)vak zoals toch veel juristen zijn (denk ik toch), is duidelijk uitgelegd waar het op staat.
Dank u daarvoor.
Frank Cambien
Gewezen stafhouder
Reactie toevoegen