Corona laatste update: 22/10/2021

Interview | Rik Crivits over zijn eerste jaar als stafhouder van de balie West-Vlaanderen

Van 21 juni tot en met 24 juni 2021 kan u stemmen voor de stafhouder, vicestafhouder en leden van de raad van de Orde van uw balie. Vandaag gingen we langs bij onze stafhouder Rik Crivits om te horen hoe hij het afgelopen jaar heeft beleefd.
 

Dag stafhouder, hoe heeft u het eerste jaar als stafhouder ervaren?

Als heel positief. Het is echt een taak die je al doende leert, maar ik voel me er thuis in.

Wat doet een stafhouder dan allemaal?

Stafhouder zijn is heel boeiend en gevarieerd. Heel veel advocaten leggen vragen aan je voor. Het hoeven niet altijd discussies te zijn, maar dikwijls is dat wel het geval natuurlijk. Er is een grote variatie in de dossiers, van eenvoudig en soms een beetje banaal, tot complex en bedreigend voor de advocatuur. Er is ook heel wat briefwisseling van particulieren. We proberen die steeds correct te beantwoorden.  Dat is nodig voor het vertrouwen in de advocatuur.

Je speelt als stafhouder ook een rol binnen de OVB en er is veel samenspraak en samenwerking met de collega-stafhouders.

Zijn er zaken die u hebben verrast?

Als stafhouder heb ik heel wat mensen leren, of beter leren kennen door er mee samen te werken. We hebben bijvoorbeeld een sterk team medewerkers. Ik ga altijd graag naar het kabinet.

De intensiteit van de vergaderingen was anders dan ik had gedacht. Het is moeilijk om de vergaderingen van de raad in een kort tijdsbestek te houden. Iedereen is gedreven om zijn of haar standpunt naar voor te brengen en er zijn veel thema’s. Ook de vergaderingen bij de OVB zijn zeer intens. In de commissie deontologie bijvoorbeeld discussiëren we op hoog niveau. In die commissie worden nieuwe reglementen voorbereid. Voor West-Vlaanderen zetelen daarin stafhouder Philippe De Jaegere en raadslid Nicolaas Vinckier als experten, stafhouder Antoine Van Eeckhout en ikzelf ‘ambtshalve’. Een sterk team als u het mij vraagt.

Er waren ook belangrijke vergaderingen over en van de CV Diplad. Het was enigszins een ontdekking voor me dat de balies zeer belangrijke aandeelhouders zijn in die vennootschap, naast de OVB. We willen daarom geen tweederangsrol, maar echt mee beslissen.

De digitale toekomst is voor de advocatuur zeer belangrijk, maar de kostprijs ervan moet absoluut worden bewaakt.

Is uw werk erg beïnvloed door de pandemie?

Zoals van iedereen denk ik. Er waren veel minder live-vergaderingen, maar we vergaderden niet minder. Hoe langer het duurde, hoe meer iedereen snakt naar echte vergaderingen. Het zal de kunst zijn om dat niet te idealiseren en een goede mix over te houden van digitaal en reëel. Het is niet altijd zinvol om je 150 kilometer te verplaatsen om een bespreking te houden.

Door de pandemie heb ik natuurlijk zo goed als alle openingsconferenties moeten missen. Mijn vrouw en ik waren daar nochtans op voorzien. Ik kocht één smoking, zij vulde een halve kleerkast met noodzakelijke nieuwe kleedjes. De smoking zal misschien nuttig zijn voor volgend jaar? Van mijn voorgangers hoorde ik dat de ontmoetingen op OC’s het persoonlijk contact van de stafhouders onderling en met de bestuurders van de OVB sterk verbeteren.

Ik ben wel heel erg blij dat we een mooie openingsconferentie hadden aan onze balie. Chapeau voor onze Conferenties van de Jonge Balie en voor de openingsredenaar en Leve de torre van Oostende (en de ‘paardenkoers’).

Waren er dit jaar grote nieuwigheden?

Geen revoluties, naar mijn gevoel. Het digitaal vergaderen leerden we vorig gerechtelijk jaar al kennen. Er zijn wat nieuwe reglementen van de OVB, zoals het nieuwe insolventiereglement, maar toch niets spectaculair. Wat je vooral aanvoelt is dat zaken als anti-witwascontrole, GDPR en het beoordelen van proportionaliteit van reglementering en beslissingen alsmaar aan belang winnen.

Wat zou u willen realiseren in het tweede jaar van uw batonnaat?

Ik zou echt willen op zoek gaan naar een aanvullende vorm van financiering van onze baliewerking. Nu steunen we vooral op baliebijdragen, die we voor het allergrootste deel onmiddellijk moeten uitgeven om bijdragen en premies te betalen voor alle advocaten. Een andere bron van recurrente middelen binnen onze taakomschrijving, zou een grote stap vooruit zijn. Er komen nieuwe uitdagingen op ons af. De digitalisering is er één van, maar ook het opzetten van een performant systeem van opleiding en controle voor anti-witwas. Als we dat professioneel willen doen, zal er ook een kost aan vasthangen.

En verder zou ik graag de coronamaatregelen van de rechtbanken op een verstandige manier afgebouwd willen zien. Wat permanent kan blijven, moeten we houden. Sommige van de voorlopige maatregelen, zijn voorlopers van toekomstige verbeteringen. Zoals ik al eens zei: we mogen traditie niet verwarren met folklore en mordicus alles terug willen zoals het vroeger was.

Ten slotte zou ik bijzonder graag een steen bijdragen aan de continuïteit van de werking van het batonnaat. Daarom is het mijn vast voornemen om heel regelmatig overleg te plegen met vicestafhouder Carmen Matthijs en haar nauw te betrekken bij de werking van het stafhouderschap.

Dat lijkt ons ambitieus?

Zeker wel. Het is misschien een moonshot, maar ik wil er wel voor gaan.

Bedankt voor het gesprek en veel succes met de verkiezingen!

 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.